November eindigt in kleur

De maand november sluiten we af met een paar kleurige beelden uit één van de grootste bossen binnen de Antwerpse agglomeratie namelijk het Peerdsbos.

Het Peerdsbos is één van de meest bezochte bossen in de noordelijke stadsrand van Antwerpen.  Het bos vormt zowel voor gezinnen als natuurliefhebbers een leuke uitstap. De lange rechte dreven maken het wandelen met buggy of rolstoel gemakkelijk. Midden in het bos vind je Brasserie De Melkerij, waar je even kan uitrusten terwijl kinderen ravotten in de aangrenzende speeltuin of een partijtje minigolf spelen.

De naam Peerdsbos dook voor het eerst op in een rekening van 1431-1432 onder het hoofdstuk houtverkoop uit bossen: “Een elsen busch gestaen opt goet ten Breemdonc, geheyten ’t Peertsbusch.”

Het Peerdsbos maakte deel uit van het domein Bremdonck, dat bestond uit enkele pachtboerderijen, schuren, stallingen, heidevelden, polders, dijken, akkers, weiden en bos voor timmer- en brandhout. Er waren twee hoeves: Bremdonckhoeve en het Peerdsboschhoeveken. In 1280 werd het gebied door Isabella van Breda aan het Antwerpse Sint-Elisabethziekenhuis geschonken.

Het bos bestaat uit zomereik, beuk, lijsterbes en zwarte els. Ook bosplanten zoals dalkruid, adelaarsvaren, bleeksporig bosviooltje, lelietje-van-dalen en hazelaar groeien hier.

Het 149 hectare grote bos is een unieke habitat voor verschillende vogelsoorten, vleermuizen, vlinders en reeën. Hier wonen en broeden zwarte specht, grote bonte specht, middelste bonte specht, gaai, boomklever, boomkruiper, fitis en tjiftjaf.

In de Laarse Beek die door het bos stroomt, kan je ook zeldzame vissoorten ontdekken, zoals de rivierdonderpad. De aanwezigheid van weidebeekjuffers en bosbeekjuffers is een extra bewijs van de goede waterkwaliteit van de beek.

Gelovig en Heidens

Als laatste in de reeks over Oud Berchem lopen we aan de kerk voorbij die sinds kort uit de stijgers is. De Sint-Willibrorduskerk is in onze volksmond bekend als “Berchem kerk” en is de hoofdkerk van de gelijknamige Parochie Sint-Willibrordus.

Sint-Willibrorduskerk

Sint-Willibrordus zou in circa 710 op een open plek in het Berchembos een kleine houten bidkapel hebben opgericht die in de 9de eeuw door de Noormannen werd verwoest en vervangen door een stenen kapel.

De grondlegging van de huidige kerk dateert van 1486-1517. Ze werd achtereenvolgens geplunderd, bezet, geteisterd en uiteindelijk terug wederopbouw in 1605-1630. In 1823 werd onder leiding van Steenlinckx de middenbeuk gesloopt en samen met twee zijbeuken in laat-classicistische stijl herbouwd. In 1850-1853 werd de oude toren vervangen door de huidige en werden de midden- en zijbeuken met vier traveeën verlengd.

De kerk werd opnieuw zwaar geteisterd in 1914 en in 1944-1945. Onder leiding van Fernand De Montigny gebeurden in 1945-1956 de herstellingswerken waarbij koor, transept en poort met beeldhouwwerk werd vernieuwd. Een kerk met een op zijn minst gezegd, een bewogen geschiedenis.

Pastorie Sint-Willibrordus

Recht tegenover de kerk bevindt zich de pastorie daterend van 1685 maar werd in 1848 verbouwd en tevens vergroot.

Tussen de pastorie en de kerk staat een majestueuze linde. Hoe oud hij precies is kan ik u niet zeggen. Wel kan ik u vertellen dat aan zijn stam een kleine blauwe Mariakapel is opgehangen. Dit gebruik zien we vaak terugkomen en wel om de volgende reden:
Bij de Kelten, Grieken en Germanen gold de eik als de personificatie van de oppergod. De linde bracht men in verband met vrouwelijke goden.

De vroege missionarissen leverden strijd tegen dit ‘heidense’ geloof. Zo liet Bonifatius rond 723 een Donareik in het Germaanse Hessen omhakken om te bewijzen dat er geen toorn van de goden zou volgen. Anderen gaven een christelijke wending aan deze verering, waarbij vooral de lindebomen gewijd werden aan Maria. Dat is ongetwijfeld de reden waarom we vaak lindebomen zien bij kapellen of als drager van een boomkapel.

Kerken zijn meestal erg in het oog springende gebouwen die centraal staan in een dorp of gemeente maar het kan ook heel anders. Zo botste ik, net zo toevallig als op de gebouwen uit de twee vorige blogberichten, op deze kleine Koptisch Orthodoxe kerk, die geprangd staat tussen de woonhuizen.

De kopten zijn christelijke Egyptenaren. Nadat de islamitische Arabieren, in de 7e eeuw Egypte veroverden, werd de naam “kopten”  gebruikt voor alle inheemse niet islamieten in dit land (dus zowel de Egyptische christenen als de Egyptische Joden).

Een stukje verder ligt men van dit alles niet wakker. De gevels zijn er vrolijk opgefleurd en niemand maakt zich er nog zorgen over welke godsdienstige strekking dan ook.


Tot zover de korte wandeling doorheen het Oude Berchem.
Bedankt voor jullie belangstelling.

Kunst en Kitsch

Zoals beloofd wandelen we vandaag verder door het oude Berchem maar starten doen we net over de stadsgrens van Antwerpen. Ooit woonden in de Antwerpse zuidrand veel vooraanstaande burgers waarvan, naast de statige huizen en prachtige gebouwen, nu nog steeds de stille getuigen zijn.

Voormalig Meisjesweeshuis in eclectische stijl naar een ontwerp van de architect Ernest Dieltiëns uit 1876, werd tussen 1879 en 1882 gebouwd in opdracht van het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen. De oprichting van dit Meisjesweeshuis, dat het 16de-eeuwse Maagdenhuis in de Lange Gasthuisstraat moest vervangen, kaderde in de vernieuwing van de liefdadigheidsinfrastructuur van de stad Antwerpen.

Later deed het Meisjesweeshuis dienst als kinderziekenhuis, eerst onder de naam “Adolf Stappaertsgasthuis”, en later “Algemeen Kinderziekenhuis Good-Engels”.

Tussen 1998 en 2003 vormde het OCMW de rechtervleugel om tot serviceflats, aangevuld met een nieuwbouwvleugel achteraan op het terrein. Het poortgebouw en de rechtervleugel werden tussen 2005 en 2008 op privé-initiatief opgedeeld tot 47 loftappartementen, aangevuld met 16 nieuwbouwflats, onder de benaming “Residentie Kasteelpark”.

Voormalige Mariagasthuis (Berchem)

Het voormalig Sint-Mariagasthuis, sedert 1988 omgevormd tot Rust- en Verzorgingstehuis Sint-Maria.

Het bak- en zandstenen gebouwencomplex in eclectische neorenaissancestijl naar ontwerp van Richard Vaes, werd ontworpen als regionaal ziekenhuis met afdelingen voor genees- & heelkunde en besmettelijke ziekten. Vanaf 1956-64 werd er een moederhuis met pediatrie bijgebouwd.

Opvallend is de straatgevel met centrale partij van zeven traveeën, risaliet (vooruitspringend volume van een gevel dat over de hele hoogte doorloopt) uitgewerkt als stoere toren met korfboogpoort, erker en nis met Mariabeeld, bekronende koepel en lantaarn. De aansluitende gevels hebben verdiepte rondboognisen, Florentijnse bifora en gesculpteerde cartouches. Verder nog twee achteruitwijkende hoektravee met erker op de begane grond.

Doorheen gans Oud Berchem kom je geregeld dit soort prachtige gevels tegen die blijk geven van de rijkdom uit vervlogen tijden. Gelukkig zijn veel van deze huizen goed bewaard gebleven tijdens de voorbije oorlogen en wonen er nu mensen die zich de moeite getroosten om deze woningen netjes te onderhouden.

Natuurlijk zijn smaken van mensen heel verschillend en dat geeft dan weer aanleiding tot creaties zoals deze. Fleurig is het wel en het geeft de wijk een apart en vooral vrolijk tintje.

Anderen bewoners plaatsen hun “kunstwerken” dan weer op hun balkon langs de straatkant. Wandelen door de straten van Oud Berchem is echt een ervaring op zich.