De natuur is moe…

Na een lange en vooral hete zomer is de natuur moe aan het worden. Dit merk je zowel aan de planten die hun kracht en vorm langzaam verliezen alsook aan de insecten die er nu wat meer gehavend beginnen uitzien. Bladeren krijgen hun eerste bruine randjes, vlinders zoeken naar de laatste druppels nectar. De insectengallen zijn uitgegroeid tot grote opvallende bolvormige lichamen en het boerenwormkruid doet zijn uiterste best om hier en daar voor nog wat vrolijk geel te zorgen. De duizendknoop doet nog snel zijn kaarsen ontbranden alvorens de bloemschikkers hun dikke stengels komen afsnijden.

Dit lieveheersbeestje denkt zijn schuilhutje gevonden te hebben in een droog gekruld blad.

De hennep die nu met zijn meer dan 2 meter hoogte de laatste zonnestralen vangt, werd door de boer al grotendeels geoogst ten behoeve van medische toepassingen.

De natuur is moe… weldra zal de komende herfst alles tooien in warme mantel van goudgele kleuren. Wij kijken vol vreugde uit naar de laatste warme nazomerdagen om voor een laatste keer onze batterijen op te laden.

Ook wij worden langzaam moe…

PS: de foto van de hennep is genomen bij een volledig legaal gezaaid veld.

Half verscholen

De weersomstandigheden van de voorbij en de komende dagen zijn niet echt gunstig te noemen… Minder zonneschijn, lagere temperaturen en vooral een krachtige wind doet menigeen zoeken naar beschutting.
Ook deze Atalanta probeerde een beschut plekje te zoeken tussen het gebladerte, doch na een paar fikse windstoten koos hij weer het hazenpad.

Voor mij toch nog net voldoende tijd om een paar foto’s te maken.

Kleiputten Terhagen

Het Natuurgebied Kleiputten Terhagen maakt deel uit van een serie oude kleiputten in de streek tussen Niel en Rumst. De klei in de ondergrond was de grondstof voor de gekende Boomse baksteen. Nu nog steeds vindt je er de restanten van deze glorieuze tijd o.a. in het Baksteenmuseum ’t Geleeg.

De putten van NV De Beukelaer, die jarenlang als een stort dienst deden, zijn nu een 50 ha groot natuurgebied dat door de gemeente Rumst verder zal gesaneerd worden.

Dit gebied zou een aantal zeldzame soorten herbergen zoals de rugstreep-pad, de kamsalamander, de oeverzwaluw en het woudaapje (een kleine reigerachtige). Tijdens mijn wandeling kwam ik ze (nog) niet tegen maar ondanks dat viel er toch wel één en ander te beleven, wat blijkt uit de onderstaande foto’s.

Links: de tweede generatie van het landkaartje (Araschnia levana), in tegenstelling tot de eerste generatie die oranje gekleurd is, heeft deze generatie een donkere (bijna zwarte) kleur. Rechts: het bont zandoogje (Pararge aegeria).

Onder: een ontdekking die ik niet meteen kan thuisbrengen. De foto is misschien niet echt duidelijk maar misschien herkent iemand er wel iets in. Alle tips zijn hier welkom….