Macrofotografie

Macrofotografie valt niet te verwarren met het maken van close-ups. Wanneer het onderwerp echter in een 1:1 verhouding of groter wordt vastgelegd op de sensor, dan pas spreken we van een macro-opname.

Met de meeste camera’s kunnen we tot op redelijk korte afstand scherp- stellen zodat “close-ups” best mogelijk zijn. Sommige camera’s hebben een aparte “macro” stand die toelaat om vanop een kortere afstand scherp te stellen. Macrofotografie is dus in sommige gevallen mogelijk zonder dat je een dure macrolens moet aanschaffen. Hybride camera’s zijn hiervan een goed voorbeeld.

Door macrofotografie opent zich een hele nieuwe wereld die toelaat om een kijkje te menen in een soort van nieuwe dimensie waar we anders achteloos aan voorbij lopen.. Het maken van macro-opnames is op zijn minst boeiend te noemen.

Tips voor goede macro-opnames

Hou je opening voldoende groot
Kleine openingen vergroten de scherptediepte maar bij macrofotografie is het juist een voordeel om de achtergrond onscherp te houden. Anderzijds moet het onderwerp zelf voldoende scherptediepte krijgen. Probeer dus je opening groot de houden (f1.8 – f10)

Hou je sluitersnelheid voldoende groot
Lage sluitersnelheden maken het moeilijk om uit de losse hand te werken vanwege de bewegingsonscherpte. Lukt dit niet, gebruik dan een statief.
Heb je geen statief bij de hand, probeer dan je camera stabiel te houden door te steunen op je ellenbogen (in liggende positie) of het op of tegen een stabiel object aan te drukken (een rots, boomstronk e.d).

Maak uw onderwerp los van de achtergrond
Dit kan door de achtergrond onscherp te houden of door te zorgen voor een duidelijk kleurverschil tussen onderwerp en achtergrond. Ook het kiezen van de juiste lichtinval kan hier het verschil maken. Verander een paar keer van standpunt en zoek naar het beste resultaat. Probeer tevens om geen structuren (zoals grasstengels, bladeren e.a.) vlak achter je onderwerp te hebben. Deze komen, ondanks alles, toch nog relatief scherp in beeld.

Zoom in op je onderwerp
Waarom proberen om met je lens tot vlak bij het onderwerp te gaan. Zoom in, wanneer je lens dit vanop relatief korte afstand, nog toelaat. Meteen krijg je meer onscherpte in de achtergrond wat je onderwerp los maakt van de omgeving.

Leg de nadruk op het juiste onderdeel
Vooral bij onderwerpen uit de natuur is het belangrijk om de focus te leggen op het juiste detail. Voor bloemen is dit het centrum (het hart) van de bloem, voor insecten zijn dit de ogen, de poten of het hele lichaam

Tracht de invloed van de wind uit te schakelen
Bij het maken van macrofoto’s in de buitenlucht is wind een probleem. Probeer de windkracht te verminderen door iets wat als windscherm kan dienen. Misschien kan je de bloem ook stabiliseren met één of twee fijne gevorkte twijgen die niet in beeld komen. Wees inventief !

Werk bij helder maar bij voorkeur bewolkt weer
Het licht op een heldere maar bewolkte dag is diffuus en gelijkmatiger. Er vallen geen harde schaduwen en de kleuren komen natuurlijker over. Vooral voor gele en rode kleuren is dit belangrijk. Vergeet niet bij bewolkt weer je witbalans van je fototoestel op “bewolkt” te zetten.

Vertrouw niet op de autofocus
Maak je opnames bij voorkeur met manuele scherpstelling. De autofocus van je toestel durft al eens tilt te slaan vooral wanneer elementen in de achtergrond een opvallend contrast hebben.

Oefening baart kunst, laat je niet ontmoedigen door je minder- of niet gelukte macrofoto’s. Zelfs beroepsfotografen smijten foto’s meer weg dan dat ze behouden